Minder typmieps en toch meer gegevens in het systeem. Een BIG DATA paradox.

 

Voorheen werd digitale data voornamelijk ingevoerd door datatypistes, die in grote kantoorgebouwen de hele dag niets anders deden dan met hun vingers behendig op toetsenborden te kloppen. Ze konden dit razendsnel, en vaak ook nog blind (waarbij niemand zich erom leek te bekommeren dat blind typen eigenlijk zinloos is, omdat je het dan ook niet kunt teruglezen…). Met de introductie van email, laptops en personal digital assistants (PDA’s) was er sprake van een verschuiving gaande, in die zin dat een grotere groep medewerkers data ging produceren. Inmiddels zijn het al lang niet meer alleen maar de secretaresses en typemieps die gegevens invoeren, maar de directeur handelt meestal zijn eigen email af en veel data-entry is met behulp van self-service applicaties en portalen verschoven naar de eigenaar van de gegevens. Een klant update bijvoorbeeld zelf zijn adresgegevens in het CRM systeem, een leverancier wijzigt zelf de status van inkooporders, etcetera.

Typist_1910

En nu de laatste jaren het gebruik van social media zo enorm in populariteit is toegenomen lijkt er helemaal geen houden meer te zijn aan de aanwas van data. Men zegt dat 90% van alle digitaal opgeslagen gegevens die bestaan, on de afgelopen twee jaar is geproduceerd. U kent de voorbeelden vast: op Youtube wordt per minuut meer videomateriaal ge-upload dan in een mensenleven valt te bekijken… Aan deze dataproductie doen wij allemaal mee; zij geschiedt echt niet meer door secretaresse-achtige types alleen.

En nu er ook nog eens steeds meer apparaten en sensoren zijn die direct in verbinding staan met het internet en zelfstandig gegevens produceren, is de data-aanwas helemaal niet meer te stuiten. Men spreekt dan ook terecht over BIG DATA. Hoewel: terecht? Misschien zouden we het wel over GIGA DATA moeten hebben..

Door de hierboven geschetste ontwikkelingen zijn er wereldwijd steeds minder secretariële functies. Typemiep is een uitstervend beroep. En is het nu een echte of een schijntegenstrijdigheid, dat hoe minder de toetsenborden beroerd worden, hoe meer data er geproduceerd wordt?

CRM at-the-click-of-a-mouse is een illusie

Sinds 2005 maakt de cloud-gebaseerde CRM oplossing van Salesforce.com enorme opmars. De belofte van de oplossing is dan ook bijna te mooi om waar te zijn. Voor slechts een paar tientjes per gebruiker per maand krijg je toegang tot flink wat CRM functionaliteit, je hoeft als afdeling niet langs ICT of Inkoop om te starten en het gebruiksgemak is zó groot, dat het wel een wonder moet zijn als de gebruikers deze tool niet zouden gaan gebruiken.

Onder de indruk van het commerciële succes van Salesforce.com gingen ook andere grote CRM leveranciers, waaronder Oracle ne Microsoft hun cloud-oplossing steeds meer pushen. Maar hoe groot de commerciële successen aanvankelijk ook mochten zijn, werkelijke succesverhalen waren en zijn er maar nauwelijks. Het online beschikbaar stellen van een database met klantgegevens wil immers nog niet automatisch zeggen dat individuele verkopers en marketers ook daadwerkelijk gebruik zullen maken van deze tool. Daar is meer voor nodig. Namelijk een duidelijke visie (wat willen wij als organisatie met de inzet van dit CRM systeem bereiken; wat moeten onze relaties merken van het feit dat wij CRM geïmplementeerd hebben); heldere communicatie over deze visie (gebruikers moeten de voordelen van het gebruik in hun dagelijkse werk ervaren; opname in de corporate informatie-architectuur van het implementerende bedrijf (wat is de functie van CRM in relatie tot andere systemen; welke informatie leeft primair in CRM en wordt vanuit CRM beschikbaar gesteld aan andere tools) en realisatie van core-procesondersteuning in CRM (als mensen voor de uitvoer van hun dagelijkse werk niet naar CRM hoeven, zullen ze proberen redenen te vinden om CRM te mijden of omzeilen.
Relatiebeheer omwille van het relatiebeheer zelf, is gedoemd te mislukken. Er moeten redenen zijn om de relatie te onderhouden en de interactie die concreet uiting geven aan het relatiebeheer moeten ingebed zijn in de duidelijk beschreven processen en werkstromen.
Een stand-alone (dus niet met andere systemen gekoppeld) CRM systeem, dat slechts het feestje is van een afdeling e juist is opgezet om corporate beleid voorbij te gaan, is gedoemd om te mislukken. CRM implementeren betekent het uitvoeren van een veranderproces. En dat blijft zo, hoe laagdrempelig je de aanschaf en de technische implementatie ook maakt.
Succesverhalen over een snelle technische implementatie van Salesforce.com en andere cloud-based CRM oplossingen zijn er legio, positieve verhalen over het daadwerkelijke gebruik of over gerealiseerde Return On Investment (ROI) zijn echt nauwelijks te vinden. Logisch: CRM-at-the-click-of-a-mouse is een illusie.

CRM en Big Data

Wanneer ik mensen vertel dat CRM Resultants zich vooral richt op de implementatie van Microsoft Dynamics CRM in het onderwijs en bij banken en verzekeraars, dan is de eerste reactie vaak: “Wat een verschillende branches”. Daarop leg ik dan uit dat er sprake is van meer overeenkomsten dan verschillen tussen deze segmenten, en dat het bij het implementeren van CRM tegenwoordig vooral gaat om het mogelijk maken van een goede match. Een match op de vraag van de klant en het aanbod van de leverancier. In het geval van het onderwijs gaat het dan bijvoorbeeld op het geven van studieadvies, waarbij de ambities en competenties van een student gematcht worden op het studieaanbod, of om het matchen van een student op een stageplek. Bij banken en verzekeraars is het maken van een dergelijke match ook steeds belangrijker, omdat consumenten bijvoorbeeld willen kunnen meebepalen of hun centjes al dan niet in groene fondsen belegd worden en omdat de financiële producten die aangeboden worden steeds complexer worden.

In de tegenwoordige ‘buyers market’ is het vervolgens belangrijk om het product- en dienstenaanbod flexibel af te kunnen stemmen op de wens van de klant. CRM systemen worden daarbij vooral ingezet om profielinformatie van de klant op te slaan en de dialoog met de klant (waarin de profielinformatie ook grotendeels vergaard wordt) op een effectieve manier te ondersteunen.

Moderne datamanagement technieken maken het echter ook in toenemende mate mogelijk om profielinformatie te verrijken met gegevens die verkregen zijn uit zogenaamd BIG DATA management. Onder BIG DATA wordt de veelheid van beschikbare gegevens uit interne en externe bronnen bedoeld. Bijvoorbeeld de gegevens die mensen over zichzelf op social media plaatsen, de bij het ministerie van onderwijs beschikbare vooropleidingsgegevens van een student of de historische schademeldingen van een verzekerde. Door de veelheid van data die beschikbaar is op een slimme manier te combineren en analyseren, en door klanten en prospects in te delen in bepaalde ‘archetypes’, kan BIG DATA uitstekend gebruikt worden om gedrag van deze klanten te voorspellen en/of het juiste match-advies uit te brengen.

Een andere overeenkomst tussen onderwijsinstellingen en financiële dienstverleners is dat beide type instellingen beschikken over een enorme hoeveelheid historische gegevens van hun klanten. De BIG DATA leeft dus reeds grotendeels in huis, en het gaat vooral om het slim analyseren en ontdekken van trends en patronen in deze data.

Het voorbeeld van Albert Heijn met de luiers en het bier is bij velen reeds bekend, maar te mooi om hier niet nog even te herhalen. Toen AH in het begin van de jaren negentig de bonuskaart invoerde kreeg de winkelketen namelijk voor het eerst goed inzicht in wat er bij de mensen in het boodschappenmandje lag. Velen vreesden destijds dat ze vervolgens door AH persoonlijk benaderd zouden worden met allerlei aanbiedingen, maar daar ging het AH helemaal niet om. AH wendde namelijk datamining technieken aan om te achterhalen welke combinaties van producten er in de mandjes lagen. En zo kwam men erachter dat veel jonge vaders die er door hun vrouw of vriendin op uitgestuurd werden om nog even een pak luiers te kopen, ook maar meteen wat bier meenamen. Door deze trend te herkennen kon AH het bier vervolgens fysiek in het schap naast de luiers plaatsen, waarna de omzet uit de verkoop van bier verdrievoudigde.

Bij BIG DATA analyse gaat het ook om het herkennen van dergelijke patronen. Vanuit de ICT hoek is men nu vooral nog bezig met het faciliteren van de dataopslag voor BIG DATA, waarbij per source initiatieven als Hadoop belangrijk zijn. Maar nog veel belangrijker zal uiteindelijk het ontdekken van trends en patronen in complexe en enorme hoeveelheden data zijn. Het gaat er daarbij om de data naar de bevraging te brengen, en niet de bevraging van de data, zoals we dat tot nog toe met het opstellen van rapportages vooral gewend zijn. Om dit goed te kunnen doen en om de aldus herkende trends vervolgens te matchen op (de archetypes van) klanten en prospects is zowel branche- als CRM kennis nodig. Ik zie hierin in de nabije toekomst een belangrijke rol voor CRM implementatie partijen weggelegd.

Hoe onderhoud je een relatie?

De afkorting CRM staat voor Customer Relationship Management, ofwel in het Hollands: klantrelatiebeheer. De term impliceert dat organisaties die aan de gang willen met CRM minimaal twee vragen moeten kunnen beantwoorden: “wie zijn mijn klanten?” en “hoe onderhoud je een relatie?”. Voor bijvoorbeeld een winkel of een fabriek is de eerste vraag, wie zijn mijn relaties, misschien nog redelijk makkelijk te beantwoorden. Zij die je product kopen zijn je klanten. Maar als je doorvraagt en bijvoorbeeld zegt: “zijn prospects dan ook klanten?”, blijkt er toch ook hier sprake van vele grijstinten tussen het straffe zwart-wit van de zekerheid.

relationshipmanagement

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tweede vraag: “hoe onderhoud je een relatie?’ is nog een stuk moeilijker te beantwoorden. Als ik een spreekbeurt over het thema CRM mag geven, stel ik deze vraag vaak aan mijn toehoorders. Ik moedig de zaal aan om voorbeelden te geven van het onderhouden van een relatie. En na enige flauwe grappen over privérelaties die er onder gehouden moeten worden, is er dan altijd wel iemand die roept: “door ze regelmatig te bellen”. Dat schrijf ik dan op, want het klopt. Regelmatig bellen is een mogelijke manier om een relatie te onderhouden.  “Door ze een kaartje te sturen als ze jarig zijn”. Ook dat schrijf ik dan op, want het klopt ook, al wordt het bedrijven van CRM naar mijn smaak maar al te vaak geassocieerd met het sturen van verjaardags- en Kerstkaarten alleen. “Door met je klanten te praten over hun interesses en hobby’s”, roept er dan iemand.  “Gerichte prietpraat”, schrijf ik dan op.  “Door alle adressen regelmatig te controleren”… “Door gegevens van de klant te verrijken”. De suggesties voor het succesvol onderhouden van relaties worden nu in hoge snelheid op mij afgevuurd. En na enige tijd laat ook de strategische denker altijd wel van zich horen. “Een win-win situatie creëren”, klinkt het dan. Ook dat schrijf ik op, en zo ga ik door tot mijn hele flip-over-flap (of hoe heet zo’n ding?) vol is.

En dan stel ik mijn derde vraag: “Waarom roept niemand: door te luisteren naar de klant?”. Want is het niet zo dat juist door te luisteren naar de klant je kunt horen hoe hij wil dat de relatie onderhouden wordt, ofwel hoe hij bediend wil worden? Is het niet zo dat juist door te luisteren naar de wensen van de klant je je productaanbod en distributiekanalen daarop af kunt stemmen? Als je in staat bent de wensen van de relaties te koppelen aan profielkenmerken van diezelfde relaties (ofwel de bedieningswens kunt koppelen aan een arche-type), dan pas kun je zeggen dat je bezig bent CRM te bedrijven.

Good Governance kan niet zonder CRM

Publieke en semi-publieke organisaties besteden belastinggeld. Het is dus logisch dat politiek en maatschappij aan hen vragen verantwoording af te leggen over de bestedingen en over de wijze waarop deze instellingen bestuurd worden. Deze verantwoording dient echter niet alleen aan de politiek en aan de burgers afgelegd te worden (bijvoorbeeld door middel van publicatie in een jaarverslag), maar vooral ook aan peers (zoals gebruikelijk bij accreditaties en benchmarks) en stakeholders.

Zo leiden beroepsonderwijsinstellingen op voor het werkveld en het is dus eigenlijk logisch dat zij ook aan dit werkveld verantwoording dienen af te leggen aangaande hun activiteiten. De studenten en de minister van onderwijs zijn echt niet de enige belanghebbenden. Het zelfde geldt voor bijvoorbeeld woningcorporaties. Die hebben niet alleen te maken met bewoners, maar ook met financiers, toeleveranciers, gemeenten, etc.  Sinds enkele jaren is het een goed gebruik dat branche-organisaties zogenaamde governance codes opstellen, waarin niet alleen gedefinieerd is wat er verstaan wordt onder ‘behoorlijk bestuur’ van instellingen in de betreffende sector, maar waarin ook wordt gedefinieerd hoe de verantwoording aan de stakeholders er uit zou moeten zien.

In de praktijk blijkt de af te leggen verantwoording aan de diverse stakeholders doorgaans erg lastig, omdat de individuele instellingen lang niet altijd in staat blijken te zijn om de diverse stakeholders en hun belangen te benoemen. Feitelijk concentreert het relatiebeheer van de instellingen zich over het algemeen veel te veel op de primaire doelgroepen als klanten en prospects (studenten en belangstellenden in het onderwijs en bewoners en woningzoekenden bij woningcorporaties) en niet op de strategische relaties met externe belanghebbenden. Vaak weet men de stakeholders niet eens te benoemen, laat staan dat men precies in kaart heeft wat hun wensen en verwachtingen zijn.

De inzet van een CRM systeem voor het strategisch relatiemanagement kan hierbij uitkomst bieden.  In een dergelijk systeem kan immers geregistreerd worden wie de stakeholders zijn en wat hun belangen zijn. Er kan gestructureerd worden bijgehouden wat er met hen is afgesproken ten aanzien van het behalen van strategische- en/of samenwerkingsdoelen en op welke wijze er verantwoording moet worden afgelegd. Op operationeel niveau kan middels het CRM systeem vervolgens gemonitord worden of de verantwoording inderdaad heeft plaatsgevonden.

Het is mijn stellige overtuiging dat zonder de inzet van een CRM systeem het voldoen aan de richtlijnen zoals benoemd in de diverse governance codes voor semi-publieke instellingen een goed bedoelde utopie blijft.

Co-Creatie is de doodsteek voor innovatie

Social CRM en Customer Experience Management zijn momenteel zwaar gehypte rages. Geen congres waar er niet over gesproken wordt, geen bedrijfsstrategie-sessie waarin niet geroepen wordt dat de ervaring van de klant centraal gesteld moet worden en geen software leverancier die niet beweerd dat met zijn oplossing de klant werkelijk centraal gesteld kan worden. Bedrijven zouden geen producten of diensten meer moeten pushen, maar alleen nog maar flexibel moeten inspelen op de wensen van de klant.

Het feit dat er hypes en rages bestaan bewijst echter dat de klant helemaal geen idee heeft van wat ‘ie wil. De meeste mensen zijn kuddedieren, die het liefst zo hard mogelijk achter elkaar aanrennen. Als je een tiener vraagt welke muziek hij  goed vindt, noemt hij meestal een nummer dat op dat moment hoog in de hitparade staat. Iedereen koopt de zelfde afzichtelijke IKEA kasten, omdat we met z’n allen geen idee hebben van hoe meubels er anders uit zouden kunnen zien. We lachen massaal om de zelfde grappenmakers en cabaretiers, omdat we eigenlijk geen idee hebben van wat we zelf echt grappig vinden. En zelfs als het aankomt op meer instinctieve zaken, zoals wat we lekker vinden om te eten of onze seksuele voorkeuren, kijken we vooral naar elkaar, en doen wij als mensen elkaar op grote schaal na.

Gelukkig zijn er af en toe briljante geesten, die een visie hebben op hoe dingen anders kunnen, en die tegen de stroom in durven te zwemmen. Leonardo da Vinci, Galileo Galilei, Johan Wolfgang von Goethe, Steve Jobs… Ik noem er maar een paar. Het is dankzij deze briljante geesten dat we niet eeuwig elkaars gedrag en smaak blijven kopiëren, maar dat er vooruitgang bestaat. Het is dankzij dit soort lieden dat producten mooier, beter en vernieuwend worden.

Mijn stelling is derhalve dat de klant vragen wat ‘ie wil, maar in een zeer beperkt aantal gevallen zin heeft. Co-creatie is de doodsteek voor innovatie. Bedrijven moeten er helemaal niet naar streven om hun klanten centraal te stellen, maar zij moeten zich ten doel stellen briljante geesten en talent zich te laten ontplooien.

Bedrijven zouden toch zelf geen aardappels meer moeten schillen…

Een paar eeuwen geleden moest je als je iets wilde eten zelf telen, jagen of vissen en het voedsel vervolgens zelf bereiden. Omdat dit nogal veel werk is, organiseerden de mensen zich al snel in samenlevingsverbanden, zoals gezinnen, stammen en dorpsgemeenschappen. De taken werden binnen de gemeenschap verdeeld, en zo ontstonden ook specialismen. De een was goed in jagen, de ander juist weer in het bereiden van voedsel, enzovoorts.

Deze specialisering en taakverdeling zette steeds verder door en maakte het mogelijk dat mensen in steden gingen wonen, ver weg van de plekken waar het voedsel verbouwd of buit gemaakt werd. En zo ontstonden ook handel, transport- en distributienetwerken, winkels en uiteindelijk zelfs restaurants. En wie goed oplet ziet dat deze trend steeds verder doorzet. Waar er in de meerderheid van de huishoudens zo’n vijftien jaar geleden nog zelf gekookt werd en de piepers nog ambachtelijk gejast werden, worden er nu steeds vaker kant-en-klaar maaltijden verkocht, liggen de aardappels geschild en voorgekookt in de schappen en zitten er afhaal chinezen, snackbars en sushibars op elke straathoek in de steden.

In het bedrijfsleven speelt een soortgelijke trend, hoewel je zou kunnen zeggen dat de meeste bedrijven nog in het zelf-aardappel-schil tijdperk zitten. Als het bijvoorbeeld gaat om het in- en uitvoeren van een klantrelatie-strategie, zijn de meeste bedrijven vooral nog bezig met het zelf verzamelen van adressen (waarom? Ze zijn ook kanten-klaar en voorverpakt beschikbaar als online service), het maken van selecties (waarom? Er zijn ook full service CRM en marketing bureau’s die dit veel beter kunnen), het opmaken van mailings (waarom? Er zijn grafische design bureau’s met tientallen briljante designers), en het verlenen van customer service via traditionele kanalen (waarom? De klanten hebben elkaar al lang gevonden op de social media sites).

Wordt het geen tijd dat bedrijven stoppen met het zelf willen schillen van al die aardappels? Het ICT-beheer gaat naar de cloud, nu ook de operationele CRM processen nog de deur uit…

De Dialoog Met De Klant

Co-creatie, Customer Dialog, Customer Journey Mapping… het zijn de marketing buzz words van dit moment. Ik heb al eens geblogd over de dialoog die de tandpasta producent Ultrex ongevraagd met mij aan wilde gaan. En omdat het steeds vaker voorkomt dat je als klant volstrekt tegen je zin allerlei vragen moet beantwoorden die , hoe goed bedoeld ook, alleen maar irritatie wekken, dacht ik dat het leuk zou zijn om hier nog eens integraal de tekst van de conference “Man Achter Het Loket”  van Wim Sonneveld op te nemen. In de jaren 60 bestond de ongevraagde Customer Dialog blijkbaar ook al… Enjoy!

WIM SONNEVELD – MAN ACHTER HET LOKET (CONFERENCE)

 

Dames en heren, ik ga u een gek verhaal vertellen. Het is het verhaal van een kapper die binnenkomt in een postkantoor en die tegen de man achter het loket zegt:
‘Dag man achter het loket!’
Begint gek he?…
‘Dag man achter het loket, mag ik van u een postzegel van een kwartje alstublieft?’
‘Wilt u het bedrag besteden één zegel of wilt u verschillende leuke zegeltjes afnemen voor hetzelfde bedrag?’
‘Nou meneer, dat kan me niet verdomme, als ik maar een zegel heb van een kwartje.’
‘Nee, ik zeg het namelijk hierom, we hebben de laatste tijd van die beeldige zegels binnengekregen. Er is een nieuwe zegel uit van twaalf cent, die is petrolkleurig en daar komt haar majesteit zo snoezig op uit. Dan zou ik zeggen, neemt u er een bij van acht cent, die is auberginekleurig. Ik geef toe, het is een gewaagde combinatie, maar een verrassende combinatie en dan hebben we nog een heel gedistingeerde van vier, die is bleu-royal en om het te complimenteren zou ik zeggen neemt u er een bij van twee cent, die is gris-bleu met een tikkeltje wit, voorstellende de Afsluitdijk. Dan heeft u wel 26 cent uitgegeven, u hebt het gauw uitgerekend, maar ja, ik vind het voor de ontvanger op zo’n witte envelop, weet u, die kleurenvlekjes. Zo feestelijk!’
‘Meneer, doe me een lol, geef me een postzegel van een kwartje. Ik heb verder niks nodig uit uw modewinkeltje.’
‘Mag ik u eens iets vragen? Hebt u eigenlijk een girorekening?’
‘Nee meneer, ik heb geen girorekening!’
‘Als u een girorekening had, hoeft u nooit geld bij u te hebben. U schrijft een chequeje uit, schrijft een girootje uit, u doet dat in de bekende zalmkleurige envelop, saumon in het Frans. Dat doet u dan in de vuurtorenrode bus en wij doen de rest. Nou ja, wij … de jongens van de PTT dan.’
‘Meneer, doe me een lol, geef me een postzegel van een kwartje. En gauw of er vallen klappen.’
‘Okidoki …! Hebt u een spaarbankboekje?’
‘Nee meneer, ik heb geen spaarbankboekje!’
‘Jammer, want we geven vanaf 1 januari 1965 vier procent rente.’
‘Kan me niets verdommen, ik wil een postzegel van een kwartje. En gauw meneer of er wordt hier iemand vermoord.’
‘Okidoki …! Nog een vraag: Hebt u telefoon?’
‘Ja, meneer, ik heb telefoon, is het nou uit?’
‘Mag ik u dan even attent maken op de nummers die u gratis en net zo vaak kunt draaien als u wilt.
Daar is:
000 weet u wel, voor het aanvragen van interlokale gesprekken;
0010 voor het aanvragen van internationale gesprekken binnen Europa niet vanuit de cellen;
0016 voor het aanvragen van internationale gesprekken buiten Europa niet vanuit de cellen;
008 voor inlichtingen over het automatische verkeer;
0018 voor inlichtingen over het buitenlandse automatische verkeer;
003 voor het weerbericht;
201111 voor het tijdsein en
009 voor het opgeven van een telegrammetje
‘Meneer, potverdomme nog an toe, roep de chef …! Ik wil niks met u te maken hebben. De chef, anders roep ik hem zelf! CHEF!’
De chef: “Wat is hier aan de hand?’
‘Meneer, ik vraag deze man een postzegel van een kwartje en hij verdomt het gewoon om het te geven. Waarom doet die man dat?’
“Ik zal het eens even voor u informeren! Is het waar, wat deze heer zegt, Van Deudekom?’
‘Ja meneer!’
‘En waarom doe jij dat, Van Deudekom?’
‘Ik doe het expres, meneer!’
En waarom doe jij het expres, Van Deudekom?’
‘Nou, die man is namelijk mijn kapper, ziet u! Als ik bij hem binnenkom en ik zeg: Wilt u alleen maar mijn haar knippen, dan zegt hij tegen mij altijd: Wilt u lotion, wilt u tandpasta, wilt u zeep, wilt u watten, wilt u eau de cologne…’

CISPE – Megatrends in CRM

Een CRM systeem als een back-office relatiedatabase biedt geen volledig antwoord aan de trends die spelen in relatiemanagement. Bij CRM-Resultants gebruiken wij intern het woord ‘CISPE’ om deze trends te benoemen. Elke letter van het woord CISPE verwijst daarbij naar één van de actuele CRM megatrends:

cispeC = Cloud

De behoefte aan relatiebeheer komt vanuit de business, en niet vanuit IT. De wens is daarom vaak om de IT-investerings- en beheerskosten voor CRM zo laag mogelijk te maken. Cloud computing, waarbij CRM functies als water uit de kraan op huurbasis via het internet aangeboden worden, biedt tegenwoordig die mogelijkheid.

Een ander aspect van ‘The Cloud’ is de mogelijkheid om allerlei data die al in de cloud aanwezig is op basis van webservice-technologie beschikbaar te stellen in het eigen CRM systeem, zonder dat deze overgetikt hoeft te worden. De online-integratie met gegevens uit het handelsregister, die wij standaard mee leveren, is een goed voorbeeld van gebruik van cloud-data.

Doordenkend op deze trend valt te voorzien dat uiteindelijk het registeren van basis-gegevens van relaties niet meer gedaan wordt door een back-office medewerker in een CRM systeem, maar door de relaties zelf in een cloud-profiel. Men geeft dan zelf ook aan welke bedrijven en instanties een koppeling mogen leggen met dit profiel.

I = Identity Management

Een database met naam- en adresgegevens van relaties is nog geen CRM systeem. Het is van belang om ook de hoedanigheid waarin je iemand kent, ofwel de (werk)relatie die je met iemand hebt, vast te leggen. Afhankelijk van deze werkrelaties (of ‘rollen’) en/of afhankelijk van andere kenmerken van de relaties die in het CRM systeem geadministreerd worden kan aan de betrokken relaties toegang tot applicaties en/of informatie verleend worden.

In dit licht hebben wij in sommige projecten bijvoorbeeld gerealiseerd dat CRM  een ‘opdracht’ geeft aan een IT-provisioning systeem om tijdelijke werknemers te voorzien van een mailbox. CRM fungeert dan als ‘Identity Management Systeem’.

S = Social

Er zijn mensen die geloven dat sociale netwerksites als LinkedIn en Facebook de CRM Systemen van de toekomst zijn. En hoewel het klopt dat op dergelijke sites je eigen relatienetwerk heel goed inzichtelijk gemaakt wordt, blijft er toch wel degelijk behoefte bestaan aan een ‘database’ eronder, op basis waarvan selecties gemaakt kunnen worden, etc.

Microsoft Dynamics CRM kan uitstekend fungeren als deze database, met als grote toegevoegde waarde de mogelijkheden voor geautomatiseerde procesondersteuning die het systeem biedt.

De sociale media vormen echter ook een belangrijk nieuw communicatiekanaal, en spelen een belangrijke rol in marketing- en customer service processen. Het realiseren van een koppeling tussen CRM en Social Media sites is derhalve van belang, en voor ons inmiddels een dagelijkse bezigheid.

P = Portals

Betrokkenen rechtstreeks toegang geven tot informatie en functies die voor hen van belang zijn, is een belangrijke trend. In veel projecten realiseren wij daarom aan CRM gekoppelde Self-Service portals, en in toenemende mate bouwen wij in dit licht ook (mobile) apps.

De aanstaande release van Windows 8 zal er voor zorgen dat de zogenaamde ‘applification’ nog verder toeneemt, omdat apps dan niet alleen meer op telefoons en tablets beschikbaar zijn, maar gewoon op elke Windows pc kunnen worden opgestart.

E = Experience

Het werken met een CRM systeem moet leuk en aantrekkelijk zijn. Saaie lijstjes met data zijn niet meer van deze tijd. Het bouwen van (eigen) grafische interfases en ‘gamification’ van het werk, zijn daarom aan de orde van de dag.

Ook bibliotheken moeten aan CRM!

Het leuke van deelnemen aan  grote conferenties vind ik dat je er vaak in gesprek raakt met mensen die je uit jezelf nooit opgezocht zou hebben, maar waarmee je dan toch veel raakvlakken blijkt te hebben. Zo zat ik vanmiddag tijdens de lunch op de Educause conferentie ineens naast een bibliothecaris. Op het eerste gezicht zou je denken dat een CRM-man als ik en een ‘Librarian’ (het Engelse woord is eigenlijk mooier dan het Nederlandse) weinig met elkaar te bespreken zouden hebben. Maar na het standaard “Where are you from?” en “My wife has a friend who is married to someone who originated from Holland” kwamen we al snel te spreken over de trends in de wereld van de universitaire bibliotheke.

Ik vertelde de librarian (ik gebruik het woord maar gewoon) dat ik ca. 20 jaar geleden bij een wetenschappelijke uitgeverij (Elsevier Science Publishers) werkte en dat die uitgeverij toen per wetenschappelijk tijdschrift ongeveer anderhalve meter plankruimte per jaar uitgaf. Een beetje wetenschappelijke bieb had toch al snel een abonnement op 30-40 tijdschriften, dus reken maar uit. Ik opperde dat ‘kastruimte’ vast niet meer het grootste probleem van universiteitsbibliotheken was. Mijn tafelgenoot bevestigde dit en legde uit: “Jaren, zo niet eeuwen lang, was het niet makkelijk om kennis te delen laat staan over te dragen. Kennis was daarom ook macht, en wie macht heeft wil die doorgaans ook houden. De moeizame distributie van kennis werd dus in stand gehouden door de weinigen die de kennis bezaten. De universiteitsbibliotheken en musea waren eigenlijk de eersten die dit wilden doorbreken en zij probeerden kennis en kunst publiekelijk te delen. Om dit te kunnen doen moest de kennis echter eerst verzameld worden, en daar werden de mooiste gebouwen voor neergezet”.

The Carnegie Library; voorbeeld van een mooi en imposant bibilotheek-gebouw.

We hebben het even over de mooiste museum- en bibliotheek gebouwen die we kennen, maar voordat het gesprek verzandt in een ordinaire “ik-heb-meer-gereisd-dan-jij twist”, vervolgt mijn buurman: “De wereld ziet er nu natuurlijk heel anders uit. Op dit moment is eigenlijk alle kennis overal in overvloed beschikbaar. Bijna alles wat er te digitaliseren valt is al gedigitaliseerd, en via internet – al dan niet tegen betaling – beschikbaar”.

“Wat betekent dit dan voor de universiteitsbibliotheken”, wil ik weten. “Hebben die dan eigenlijk geen bestaansrecht meer?”. Even zucht mijn tafelgenoot, alsof hij eigenlijk niet blij is met de ontwikkelingen, maar dan legt hij verder uit: “De rol van de bibliotheken is sowieso een heel andere geworden”, zegt hij. “Kennis verzamelen en beschikbaar stellen hoeft niet meer. Onze rol is nu veel meer om de zoektocht naar kennis van de studenten te faciliteren en begeleiden”.  “Als een soort van consultants?”, vraag ik. “Precies, als consultants”, bevestigt de librarian. “Daarnaast”, zo gaat hij verder, “proberen wij informatie te kwalificeren en te filteren”.

Even valt er een stilte waarin we beiden na lijken te denken en we in ieder geval even de gelegenheid hebben om een hap te nemen. Na een tijdje hervat ik het gesprek door te zeggen: “Als CRM-man hoor ik eigenlijk dat jullie aan twee kanten relaties hebben. Enerzijds zijn er de kennisproviders, de uitgevers, die informatie en kennis distribueren en op het internet plaatsen. Door die uitgevers te kennen, kunnen jullie snel beoordelen of de informatie bruikbaar is, kan ik mij zo voorstellen. Maar aan de andere kant hebben jullie te maken met studenten, de informatiezoekers, die je zou kunnen beschouwen als je klanten.” De librarian bevestigt dit. “En als ik je goed beluister”, zo ga ik verder, “dan proberen jullie als consultants de beschikbare informatie te matchen op de informatievraag van jullie klanten”.  “Ja, dat is precies wat we doen, of althans proberen te doen”, zegt mijn buurman. “Maar geldt dan niet”, wil ik als CRM-man weten, “dat hoe meer je van je klant weet, hoe beter je hem kunt bedienen”. “Natuurlijk”, zegt mijn buurman. “Ok, maar houden jullie nu dan een profiel bij van de studenten, jullie klanten? Weten jullie bijvoorbeeld als iemand met een informatievraag bij jullie komt welke opleiding hij volgt? Welke informatie hij al eerder gekregen of gebruikt heeft? En wat hij van die informatie vond? En zijn jullie als Amazon.com bezig met ‘peer-relevancy’ technieken? Dat wanneer een bepaald artikel aangeboden wordt, je ook kunt zeggen: andere studenten die dit artikel nuttig vonden, gaven aan dat dit en dit artikel ook relevant voor ze was?”.

Mijn buurman antwoordt niet meteen, maar kijkt even naar de name-batch die ik draag. “Van welk bedrijf was je ook al weer?”. “Van CRM Resultants”, antwoord ik. “Leverancier van Microsoft Dynamics CRM”.  “O ja”, zegt mijn buurman. “En probeer je me nu wat te verkopen”. Ik lach verontschuldigend en ontken. “Dat is jammer”, zegt mijn buurman. “Want anders had je nu wat verkocht. Universiteitsbibliotheken moeten namelijk aan CRM, om precies de redenen die jij net aangaf”.  We hebben kaartjes uitgewisseld…