Het Kaasboertje en Customer Loyalty

Toen enkele weken geleden het wankelen van V&D in het nieuws was, bleek dat bij sommigen gevoelens van nostalgie en nationalisme op te roepen.  De roep om V&D met staatssteun overeind te houden klonk uit het volk. Datzelfde volk dat zich nu zo kwaad maakt over de salarissen en bonussen die de bestuurders van de grootbanken zichzelf en elkaar toedelen. Iedereen heeft het over grijpgrage hebzucht, diefstal en noem maar op. Maar V&D moest gered! Dat het bedrijf al lang in Amerikaanse handen is deed er blijkbaar niet toe. Dat de rijkdom van retail-geslachten als Brennikmeijer en Blokker, beide sinds mensenheugenis in de top 10 van de Quote 500, ook niet is vergaard uit filantropische motieven alleen. V&D moest gered! Zoals ik al zei: uit pure nostalgie en uit twijfelachtig nationalistisch sentiment. Wij zijn Nederlanders en V&D hoort erbij. Net als Sinterklaas en ja, zoals mevrouw Verdonk al zei: we willen toch niet overal slavernij monumenten?

Toen ik de berichten over het wankelen van V&D hoorde moest ik aan twee dingen denken. Ten eerste aan een oud mopje van cabaretier Fons Jansen. Die vertelde in één van zijn conferences over een klein meisje dat voor een groot warenhuis stond en overpeinzend zei: “Van Dreesman weet ik het niet zeker, maar als je vroom bent kom je later in de HEMA”…

Daarna moest ik denken aan het Kaasboertje aan de Hogeweg in Amsterdam in het midden van de jaren tachtig. Ik woonde daar om de hoek. Het Kaasboertje was een typische buurtkruidenier, die de enorme aanval op zijn bestaan van het grootwinkelbedrijf een aantal jaar daarvoor had weten te overleven door een bepaalde mate van specialisatie , maar vooral door het tentoonspreiden en doorleven van oprechte klantvriendelijkheid. Door het continue blijk geven van het bestaan van werkelijke interesse in en zorg voor de klant.

Het Kaasboertje was een familiebedrijf, gerund door Gerard en Riek Rijkenberg, met hulp van hun zoon Peter. Na de dood van vader in 1992 nam Peter de zaak over.

kaasboertje

Figuur: vader en zoon Rijkenberg van Het Kaasboertj

Alleen als het héél koud was ging de buitendeur dicht, maar meestal stond deze wagenwijd open en gaf de klanten zo meteen een zeer welkom gevoel. Van de familie Rijkenberg was er altijd een lach en een geïnteresseerd praatje. Ze wisten dat ik bij mijn Oma in woonde en ze vroegen regelmatig hoe het met haar ging. Kinderen kregen een stukje kaas, honden een plakje worst. Boodschappen doen bij het Kaasboertje was een sociale activiteit. Je leerde er buurtbewoners kennen, en je hoorde er roddels en nieuwtjes. En natuurlijk was het Kaasboertje wat duurder dan de Albert Heijn, maar voor mij werd dat ruimschoots gecompenseerd door de klantgerichtheid van de middenstanders. In toenemende mate moest het Kaasboertje er echter voor kiezen om een steeds specifieker en exquiser assortiment aan te bieden. Toen in de jaren negentig de goed verdienende yuppen en BN-ers de Amsterdamse Watergraafsmeer in trokken richtte Peter Rijkenberg (vader was inmiddels overleden) zich steeds meer op exotische en exclusieve producten, waardoor het Kaasboertje mijn Kaasboertje niet meer was en de sociale functie langzaam te loor ging.

Ik probeer altijd enigszins terughoudend te zijn met mijn mening over extreem veel verdienende bankiers en multinational bestuurders. Natuurlijk is het waar dat zij besmet zijn door hebzucht. Natuurlijk is het waar dat zij graaien. Maar de extreem rijken zijn vaak ook weer de grootste filantropen. Denk aan Bill Gates of misschien ook wel Joop van den Ende. Dus het oordelen daarover laat ik maar even aan anderen over. Het gebeurt in ieder geval al genoeg…

Ik heb het liever over de krampachtige pogingen van grootwinkelbedrijven om – net als Het Kaasboertje van weleer – ook klantvriendelijk te zijn, en daarmee loyaliteit en trouw te kweken. Onlangs was ik even binnen bij een vestiging van Lucas Creative, een Belgische keten van teken- en schildermaterialen met ca. 15 grote vestigingen in Vlaanderen. De winkel lag op een prima toegankelijk terrein, vlak bij de snelweg en met voldoende parkeergelegenheid voor de deur. Die deur was echter dicht, en er hingen maar liefst vier bordjes met ge- en verboden op. Honden moesten buiten wachten, gebruik van winkelmandjes was verplicht, enzovoorts en zo verder. Wat een verschil met die open deur en brede welkomstlach van de familie Rijkenberg! Ik kon niet meteen vinden wat ik vond en toen ik iemand aanschoot om het te vragen, werd mij toegebeten dat deze dame ‘nu even bezig was’. En ‘dat ik nog even in dat andere schap kon kijken’. Het duurde ruim vijf minuten voor zij terugkwam om vervolgens tot de conclusie te komen: “oh, ik denk dat we het dan niet hebben”.

Gelukkig voor Lucas Creative had ik echter ook nog iets anders gevonden dat ik wilde kopen, waardoor ik de eer had in de rij te mogen gaan staan voor de kassa. Hierdoor had ik alle tijd om goed om mij heen te kijken, en daardoor kon het gebeuren dat mijn oog viel op een niet-uitziend uitgeprint papiertje dat achter de kassa was opgehangen. “U dient uw klantenkaart elke keer mee te nemen. Anders krijgt u geen korting. Een verloren klantenkaart kost €7,50- “, stond er op het papiertje. Echt waar, ik verzin het niet! Als klant werd je hier niet gestimuleerd om loyaal te zijn, maar werd je gecommandeerd om je te voegen in het door de winkel bedachte proces van hun loyalty programma! Volstrekt de omgekeerde wereld!

Vol weemoed dacht ik terug aan Het Kaasboertje. En ik hoor de stem van mevrouw Rijkenberg weer, die zei: : “Jouw Oma vond de vorig keer die hele zachte roombrie toch ook zo lekker? Zeg maar tegen d’r dat we die volgende week weer hebben”. En raad eens wat ik de volgende week ging kopen? Daar was geen klantenkaart en loyaliteitsprogramma voor nodig!

Dus van mij mogen V&D en Bijenkorf failliet gaan en mogen de bankiers graaien. Loyaliteit aan het grootwinkelbedrijf en aan grootbanken wordt volgens mij vooral ingegeven door valse nationalistische sentimenten en is niet gebaseerd op enige geleverde prestatie van het betreffende merk. Werkelijke loyaliteit aan merken en winkels wordt volgens mij ingegeven door Community-feeling. Men wil erbij horen. Wanneer ik boodschappen deed bij Het Kaasboertje, was ik thuis. Ik ervoer aan den lijve de band met de community waar ik als bewoner van die buurt deel van uitmaakte. Met de Kaasboertjes in andere wijken had ik vanzelfsprekend minder. Bij de product-loyaliteit aan groot-producenten als Apple en Nike zie je dit fenomeen ook terugkomen. Apple kan Chinese fabrieksarbeiders tot in het oneindige uitbuiten; zolang er klanten zijn die zich graag identificeren met anderen die al gebruikers van de Apple producten zijn, zullen de Apple producten gretig aftrek blijven vinden.

In een volgende aflevering van deze blog zal ik verder ingaan op de mogelijkheden die bedrijven hebben om de Community feeling onder hun klantenkring aan te wakkeren.

Is CRM en Front- of Backoffice Applicatie?

Toen ik zo’n twintig jaar geleden, in het midden van de jaren negentig dus, voor het eerst hoorde over CRM-achtige systemen, werden deze beschouwd als typische front-office applicaties. De financiële administratie, personeelszaken en bijvoorbeeld het voorraadbeheer zag men als de back-office, terwijl marketing, sales en de klantenbalie, afdelingen waarvan de medewerkers direct klantcontact hadden, gezien werden als front-office. De bedrijfs- en procesautomatisering richtte zich in die tijd voornamelijk op de productie en voornoemde back-office processen. Als er al software tools ter ondersteuning van het verkoopapparaat werden ingezet, waren dit veelal stand-alone tools, die op afdelingsniveau werden ingezet en doorgaans geen deel uitmaakten van de corporate informatiestructuur. Met name door het ontbreken van de hiertoe benodigde integraties waren de vroege CRM systemen meestal niet in staat om een volledig inzicht te tonen. Hierdoor voldeden zij niet aan de verwachting, hetgeen weer leidde tot slechte acceptatie van de gebruikers. Het almaar uitbreiden van de functionaliteit, het wapen waar veel leveranciers van CRM software rond het jaar 2000 naar grepen, bleek niet het juiste antwoord. Dit leidde alleen maar tot meer complexiteit, waardoor de systemen alleen maar slechter gebruikt werden door de front-end medewerkers. Grote organisaties die CRM implementeerden zagen het CRM systeem als verlengstuk van hun ERP-applicaties, die gegevens van de klanten verzamelden en konden analyseren.

Pas toen een jaar of tien geleden systemen als Salesforce.com en Dynamics CRM op de markt kwamen werden de CRM tools weer wat meer te behappen en nam de gebruiksvriendelijkheid toe. Tegelijkertijd echter vond klantcontact meer en meer online plaats. En zo het online gedrag van de klanten al gevangen werd, gebeurde dit in de Content Management Systemen (CMS) die gekoppeld waren aan de website, en niet in de CRM systemen. Ook niet in de nieuwe generatie CRM systemen. Opnieuw betekende dit dus dat de CRM Systemen niet in staat waren een volledig overzicht te geven van alle gedragingen van de klant. Weliswaar werden er verwoede pogingen gedaan om de data van CRM te ontsluiten via web portalen, werden email-marketing functies toegevoegd aan de CRM systemen en probeerde men koppelingen te leggen met de opkomende en razendsnel groeiende social media platforms: in feite werd de kloof tussen CRM en de online wereld alleen maar groter. CRM werd nog steeds voornamelijk beschouwd als back-office systeem waarin klantdata werd vastgelegd en in sommige als systeem waarmee interne bedrijfsprocessen geautomatiseerd werden ondersteund. De dialoog met de klant in de online wereld werd er niet door aangestuurd, en ook werden de gedragingen van de klant in de online wereld in de meeste gevallen niet in CRM gevangen.

En het is pas zeer recent dat bij veel organisaties het besef begint door te dringen, dat CRM systemen vooral geschikt zijn om op basis van de daarin aanwezige klantprofielgegevens in real time de online dialoog met de klant aan te sturen. Om de online klantervaring op basis van diens voorkeuren te personifiëren. Om te luisteren naar wat de klant in de online wereld vertelt.

De combinatie (of misschien wel het samengaan) van Content Management en CRM systemen, biedt een geweldige kans om ondanks schaalgrootte en het ontbreken van fysiek contact de dialoog met klant echt aan te gaan!

De blur tussen front- en back office en online haalt de rem van CRM!

Tijd voor een nieuwe aanpak van CRM implementaties

Door consultancy organisaties wordt veel verdiend aan CRM implementaties. Voor de consultants, wier kennis en skills schaars zijn, worden hoge uurtarieven gerekend en in de projecten worden veel, heel veel, uren besteed. Volgens mij vaak veel meer dan nodig is en helaas ook vaak met maar matig resultaat. CRM implementaties mislukken nog steeds regelmatig, waardoor heel veel geld tevergeefs wordt geïnvesteerd. De oorspronkelijk gedefinieerde strategische doelstellingen voor de implementatie worden praktisch nooit behaald. Als men het CRM systeem al gebruikt, dan is dat meestal als een grote online Rolodex, waarin adresgegevens van klanten worden bijgehouden. “Telefoonboekje overtikken”, noem ik dat. Aan waar het echt om gaat: het bepalen van waarde van en het creëren van waarde voor de klant, het daadwerkelijk centraal stellen van de klant en deze zien als partner…. Maar heel weinig organisaties komen er aan toe!

De redenen voor het mislukken van de projecten worden veelal toegeschreven aan de implementerende organisaties, en niet aan de adviserende en uitvoerende consultancy bureaus. Zaken als ‘gebrek aan management commitment’ , ‘verandermoeheid’ en ‘te weinig gebruikersacceptatie’ worden vaak als redenen voor het uitblijven van succes opgevoerd. En uiteraard staan de consulting organisaties, die hier dan weer – uiteraard tegen datzelfde hoge uurtarief – een mooi rapport over kunnen schrijven. Het is dan natuurlijk veel makkelijker om de klant te betichten, in plaats van de hand in eigen boezem te steken.

In werkelijkheid zie ik, terugkijkend op ca. 15 jaar CRM implementeren, echter dat wel degelijk ook de volgende zaken spelen:

  • Strategische uitgangspunten en succesfactoren worden aan het begin van het project vaan wel in kaart gebracht, maar verdwijnen al snel met het Project Initiation Document in een la, om vervolgens er nooit meer bijgehaald te worden. Testscenario’s, use cases, trainingen… Al deze zaken zijn gericht op de technische configuratie van de ingerichte CRM applicatie en teruggrijpen op de business doelstelling gebeurt niet of nauwelijks.
  •  De projectaanpak en –planning worden zowat heilig verklaard, en niet constant in lijn gebracht met de wensen van de implementerende organisatie. Dit zorgt ervoor dat de projecten geïsoleerd raken (want ze zijn ‘lastig’), waardoor de scope ervan ook niet soepel aangepast wordt aan mogelijk veranderde ‘business needs’.
  • Consultancy organisaties verkopen uren in plaats van resultaten. Hierdoor ontstaat automatisch een conflict in  het belang van de klant en de adviserende consultant, resulterend in het niet efficiënt inzetten van middelen als kennis en ervaring door de consultancy organisatie, waardoor de kosten van het project vaak uit de bocht vliegen, waardoor het project wordt gestaakt of ‘op één been’ de eindstreep raakt. Zaken als projectcommunicatie en nazorg voor gebruikers worden vaak als eerste uit de projectbudgetten geschrapt.
  • Consultants worden in de praktijk van alle dag vaak dusdanig opgeslokt door de projecten waarin zij actief zijn en het bijblijven met nieuwe versies van de tools die zij implementeren, dat zij niet toekomen aan het bijhouden van de CRM ontwikkelingen en trends op een hoger niveau. Zij missen hierdoor het vermogen hun klanten toekomstvast te adviseren.

Naar mijn stellige overtuiging is er grote behoefte aan een andere aanpak voor CRM implementatie-projecten. Een aanpak die uitgaat van het constant relateren van te maken keuzes aan de geformuleerde doelstellingen. Een aanpak ook, die communicatie en change management minsten net zo belangrijk, zo niet belangrijker, vindt dan pakketconfiguratie en techniek. Een aanpak die ‘on demand’ ingezet kan worden, en geen doel op zich wordt.

“De Leverancier Van De Melk Hoeft De Broodvoorraad Toch Niet Te Kennen? ”

OVER THE INTERNET OF THINGS EN SUPPLIER IDENTIY MANAGEMENT

Overal zitten tegenwoordig sensoren op en apparaten, (voorraad)locaties, en transportmiddelen worden niet alleen steeds intelligenter, maar staan inmiddels ook praktisch allemaal in directe verbinding met het internet. Iedereen kent het voorbeeld van de koelkast die niet alleen kan detecteren dat de melk op of over-datum is, maar die vervolgens ook een bestelling voor een nieuwe melkvoorraad kan plaatsen. De systemen van klant en leverancier worden hiertoe aan elkaar gekoppeld. Wanneer het bestelsysteem van de klant werkt op basis van push berichten, houdt de klant feitelijk zelf bij wanneer er een nieuwe bestelling geplaatst moet worden, en wordt op dat moment een verzoek tot levering naar de leverancier gestuurd. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer de leverancier niet is ingericht op het leveren van ad-hoc bestellingen, is het echter ook noodzakelijk de leverancier daadwerkelijk te laten kijken in de voorraad van de klant, om zelf te kunnen bepalen of er – op basis van de gemaakte inkoopafspraken – een levering dient plaats te vinden of niet. In dergelijke gevallen is het zaak de toegang tot het systeem waartoe de leverancier toegang krijgt goed te beveiligen. Niet alleen dient de identiteit van de leverancier te worden vastgesteld (authenticatie), maar ook dient geregeld te worden dat de leverancier slechts toegang krijgt tot die systemen en gegevens, die relevant zijn voor zijn rol en de met de klant gemaakte leveringsafspraken. De leverancier van de melk behoeft immers geen inzage te hebben in de voorraad brood, en andersom. Ook moet worden bewaakt dat bij beëindiging van het inkoopcontract de toegang niet meer verleend wordt, etc.

Dit zijn complexe identity management vraagstukken, waar de veel in gebruik zijnde IM-systemen niet goed mee kunnen omgaan. Deze zijn namelijk vooral gericht op authenticatie en slechts zeer beperkt geschikt voor het zelfstandig afhandelen van autorisatie-vraagstukken. De afspraken die met de leverancier gemaakt zijn en het antwoord op de vraag tot welke systemen en gegevens hij op basis van zijn rol of het segment waarin hij door de klant is ingedeeld, zijn kenmerken van de relatie met de leverancier. En het ligt voor de hand om deze kenmerken op te slaan in het systeem waar ook de andere gegevens van de leverancier, zoals bijvoorbeeld diens adres en/of de registratie van contactmomenten, doorgaans een CRM systeem, op te slaan.

Minder typmieps en toch meer gegevens in het systeem. Een BIG DATA paradox.

 

Voorheen werd digitale data voornamelijk ingevoerd door datatypistes, die in grote kantoorgebouwen de hele dag niets anders deden dan met hun vingers behendig op toetsenborden te kloppen. Ze konden dit razendsnel, en vaak ook nog blind (waarbij niemand zich erom leek te bekommeren dat blind typen eigenlijk zinloos is, omdat je het dan ook niet kunt teruglezen…). Met de introductie van email, laptops en personal digital assistants (PDA’s) was er sprake van een verschuiving gaande, in die zin dat een grotere groep medewerkers data ging produceren. Inmiddels zijn het al lang niet meer alleen maar de secretaresses en typemieps die gegevens invoeren, maar de directeur handelt meestal zijn eigen email af en veel data-entry is met behulp van self-service applicaties en portalen verschoven naar de eigenaar van de gegevens. Een klant update bijvoorbeeld zelf zijn adresgegevens in het CRM systeem, een leverancier wijzigt zelf de status van inkooporders, etcetera.

Typist_1910

En nu de laatste jaren het gebruik van social media zo enorm in populariteit is toegenomen lijkt er helemaal geen houden meer te zijn aan de aanwas van data. Men zegt dat 90% van alle digitaal opgeslagen gegevens die bestaan, on de afgelopen twee jaar is geproduceerd. U kent de voorbeelden vast: op Youtube wordt per minuut meer videomateriaal ge-upload dan in een mensenleven valt te bekijken… Aan deze dataproductie doen wij allemaal mee; zij geschiedt echt niet meer door secretaresse-achtige types alleen.

En nu er ook nog eens steeds meer apparaten en sensoren zijn die direct in verbinding staan met het internet en zelfstandig gegevens produceren, is de data-aanwas helemaal niet meer te stuiten. Men spreekt dan ook terecht over BIG DATA. Hoewel: terecht? Misschien zouden we het wel over GIGA DATA moeten hebben..

Door de hierboven geschetste ontwikkelingen zijn er wereldwijd steeds minder secretariële functies. Typemiep is een uitstervend beroep. En is het nu een echte of een schijntegenstrijdigheid, dat hoe minder de toetsenborden beroerd worden, hoe meer data er geproduceerd wordt?

CRM at-the-click-of-a-mouse is een illusie

Sinds 2005 maakt de cloud-gebaseerde CRM oplossing van Salesforce.com enorme opmars. De belofte van de oplossing is dan ook bijna te mooi om waar te zijn. Voor slechts een paar tientjes per gebruiker per maand krijg je toegang tot flink wat CRM functionaliteit, je hoeft als afdeling niet langs ICT of Inkoop om te starten en het gebruiksgemak is zó groot, dat het wel een wonder moet zijn als de gebruikers deze tool niet zouden gaan gebruiken.

Onder de indruk van het commerciële succes van Salesforce.com gingen ook andere grote CRM leveranciers, waaronder Oracle ne Microsoft hun cloud-oplossing steeds meer pushen. Maar hoe groot de commerciële successen aanvankelijk ook mochten zijn, werkelijke succesverhalen waren en zijn er maar nauwelijks. Het online beschikbaar stellen van een database met klantgegevens wil immers nog niet automatisch zeggen dat individuele verkopers en marketers ook daadwerkelijk gebruik zullen maken van deze tool. Daar is meer voor nodig. Namelijk een duidelijke visie (wat willen wij als organisatie met de inzet van dit CRM systeem bereiken; wat moeten onze relaties merken van het feit dat wij CRM geïmplementeerd hebben); heldere communicatie over deze visie (gebruikers moeten de voordelen van het gebruik in hun dagelijkse werk ervaren; opname in de corporate informatie-architectuur van het implementerende bedrijf (wat is de functie van CRM in relatie tot andere systemen; welke informatie leeft primair in CRM en wordt vanuit CRM beschikbaar gesteld aan andere tools) en realisatie van core-procesondersteuning in CRM (als mensen voor de uitvoer van hun dagelijkse werk niet naar CRM hoeven, zullen ze proberen redenen te vinden om CRM te mijden of omzeilen.
Relatiebeheer omwille van het relatiebeheer zelf, is gedoemd te mislukken. Er moeten redenen zijn om de relatie te onderhouden en de interactie die concreet uiting geven aan het relatiebeheer moeten ingebed zijn in de duidelijk beschreven processen en werkstromen.
Een stand-alone (dus niet met andere systemen gekoppeld) CRM systeem, dat slechts het feestje is van een afdeling e juist is opgezet om corporate beleid voorbij te gaan, is gedoemd om te mislukken. CRM implementeren betekent het uitvoeren van een veranderproces. En dat blijft zo, hoe laagdrempelig je de aanschaf en de technische implementatie ook maakt.
Succesverhalen over een snelle technische implementatie van Salesforce.com en andere cloud-based CRM oplossingen zijn er legio, positieve verhalen over het daadwerkelijke gebruik of over gerealiseerde Return On Investment (ROI) zijn echt nauwelijks te vinden. Logisch: CRM-at-the-click-of-a-mouse is een illusie.

Big Data Vraagt Om Big Sharing

We produceren en publiceren met elkaar immense hoeveelheden data. Dagelijks worden er meer minuten video geüpload naar YouTube dan een normaal mens in zijn leven kan bekijken. Dagelijks worden er via Twitter ruim 500 miljoen Tweets verzonden. Op Facebook en Instagram worden miljoenen levens bijna van minuut tot minuut verslagen, vaak ook nog met behulp van hoog-resolutie beeldmateriaal. Onze auto’s zijn voor een belangrijk deel computer gestuurd en alle rit- en verbruiksinformatie wordt netjes opgeslagen. Pakketjes die verstuurd worden zijn voorzien van chips en kunnen in elke fase van het bezorgtraject gevolgd worden. Al deze gegevens, die vanwege hun hoeveelheid en verscheidenheid ook wel wordt aangeduid met de term BIG DATA bevat schatten aan informatie, die – mits goed geïnterpreteerd – een serieuze bijdrage kan leveren aan het optimaliseren van processen, het tijdig onderkennen van risico’s en misschien zelfs ook wel in het doen van adequate voorspellingen.

Google heeft een aantal jaren geleden reeds bewezen beter in staat te zijn om de verspreiding van een griepepidemie te voorspellen dan de World Health Organization. Google combineerde hiervoor onder meer de topografische herkomst van mensen die op woorden als ‘keelpijn’ en ‘koorts’ zochten met verkoopcijfers van citrusvruchten in diezelfde regio. En recent heeft Microsoft de knock-out ronde van het wereldkampioenschap voetbal foutloos (!) weten te voorspellen, door historische wedstrijduitslagen van de diverse teams te combineren met gegevens uit weersvoorspellingen, de aard en de kwaliteit van de grasmat in het stadion waar de wedstrijd gespeeld zou worden, de afstand van de thuisstad van de teams tot Brazil, de hoeveelheid meereizende fans, etc.
Bovenstaande voorbeelden geven de relevantie van het uitvoeren van Big Data analyses aan. De voorspellingen die op basis van dergelijke analyses gedaan worden kunnen – zeker wanneer er zelflerende algoritmes bij gebruikt worden – zelfs zo goed kloppen, dat het heel reëel is om e overwegen veel processen en beslissingen aan te laten sturen door Big Data analyse uitkomsten, in real time. We spreken dan over Data Driven Decision Making. De verkeersregeling in veel grote steden, het aansturen van hartbewakingsmachines in ziekenhuizen, het uitvoeren van risico-analyses bij financiële transacties: het zijn allemaal gebieden waar Big Data analyses nu al dagelijks in de praktijk voor worden ingezet.

De techniek om deze analyses op gigantische hoeveelheden gegevens, die veelal niet in een gestructureerd formaat opgeslagen zijn, uit te voeren is reeds vergevorderd. Er zijn mogelijkheden om de data in grote clusters ‘in de cloud’ op te slaan, en de benodigde rekencapaciteit hoeft niet meer per se van supercomputers met mega-processoren te komen, maar kan ook door slimme aaneenschakeling van vele lichtere computers in peer-to-peer netwerken worden geregeld.
En nu de techniek beschikbaar is (en alleen nog maar tot meer in staat zal blijken in de komende jaren) is het voor organisaties vooral van belang erover na te denken hoe zij al deze mogelijkheden willen toepassen. Een eerste belangrijke stap daarbij is het kijken naar wat andere, vergelijkbare organisaties al met Big Data Analyse doen. Wat hebben zij geanalyseerd, welke algoritmes gebruikten zij daarbij en welke databronnen? Alleen dan wanneer bedrijven en instellingen bereid zijn deze kennis met elkaar te delen kunnen de mogelijkheden die Big Data Analyse biedt optimaal benut worden. De benodigde data is bedrijfs-of instelling-overschrijdend; laat de kennis omtrent de toepassingen dat dan ook zijn.

CRM en Big Data

Wanneer ik mensen vertel dat CRM Resultants zich vooral richt op de implementatie van Microsoft Dynamics CRM in het onderwijs en bij banken en verzekeraars, dan is de eerste reactie vaak: “Wat een verschillende branches”. Daarop leg ik dan uit dat er sprake is van meer overeenkomsten dan verschillen tussen deze segmenten, en dat het bij het implementeren van CRM tegenwoordig vooral gaat om het mogelijk maken van een goede match. Een match op de vraag van de klant en het aanbod van de leverancier. In het geval van het onderwijs gaat het dan bijvoorbeeld op het geven van studieadvies, waarbij de ambities en competenties van een student gematcht worden op het studieaanbod, of om het matchen van een student op een stageplek. Bij banken en verzekeraars is het maken van een dergelijke match ook steeds belangrijker, omdat consumenten bijvoorbeeld willen kunnen meebepalen of hun centjes al dan niet in groene fondsen belegd worden en omdat de financiële producten die aangeboden worden steeds complexer worden.

In de tegenwoordige ‘buyers market’ is het vervolgens belangrijk om het product- en dienstenaanbod flexibel af te kunnen stemmen op de wens van de klant. CRM systemen worden daarbij vooral ingezet om profielinformatie van de klant op te slaan en de dialoog met de klant (waarin de profielinformatie ook grotendeels vergaard wordt) op een effectieve manier te ondersteunen.

Moderne datamanagement technieken maken het echter ook in toenemende mate mogelijk om profielinformatie te verrijken met gegevens die verkregen zijn uit zogenaamd BIG DATA management. Onder BIG DATA wordt de veelheid van beschikbare gegevens uit interne en externe bronnen bedoeld. Bijvoorbeeld de gegevens die mensen over zichzelf op social media plaatsen, de bij het ministerie van onderwijs beschikbare vooropleidingsgegevens van een student of de historische schademeldingen van een verzekerde. Door de veelheid van data die beschikbaar is op een slimme manier te combineren en analyseren, en door klanten en prospects in te delen in bepaalde ‘archetypes’, kan BIG DATA uitstekend gebruikt worden om gedrag van deze klanten te voorspellen en/of het juiste match-advies uit te brengen.

Een andere overeenkomst tussen onderwijsinstellingen en financiële dienstverleners is dat beide type instellingen beschikken over een enorme hoeveelheid historische gegevens van hun klanten. De BIG DATA leeft dus reeds grotendeels in huis, en het gaat vooral om het slim analyseren en ontdekken van trends en patronen in deze data.

Het voorbeeld van Albert Heijn met de luiers en het bier is bij velen reeds bekend, maar te mooi om hier niet nog even te herhalen. Toen AH in het begin van de jaren negentig de bonuskaart invoerde kreeg de winkelketen namelijk voor het eerst goed inzicht in wat er bij de mensen in het boodschappenmandje lag. Velen vreesden destijds dat ze vervolgens door AH persoonlijk benaderd zouden worden met allerlei aanbiedingen, maar daar ging het AH helemaal niet om. AH wendde namelijk datamining technieken aan om te achterhalen welke combinaties van producten er in de mandjes lagen. En zo kwam men erachter dat veel jonge vaders die er door hun vrouw of vriendin op uitgestuurd werden om nog even een pak luiers te kopen, ook maar meteen wat bier meenamen. Door deze trend te herkennen kon AH het bier vervolgens fysiek in het schap naast de luiers plaatsen, waarna de omzet uit de verkoop van bier verdrievoudigde.

Bij BIG DATA analyse gaat het ook om het herkennen van dergelijke patronen. Vanuit de ICT hoek is men nu vooral nog bezig met het faciliteren van de dataopslag voor BIG DATA, waarbij per source initiatieven als Hadoop belangrijk zijn. Maar nog veel belangrijker zal uiteindelijk het ontdekken van trends en patronen in complexe en enorme hoeveelheden data zijn. Het gaat er daarbij om de data naar de bevraging te brengen, en niet de bevraging van de data, zoals we dat tot nog toe met het opstellen van rapportages vooral gewend zijn. Om dit goed te kunnen doen en om de aldus herkende trends vervolgens te matchen op (de archetypes van) klanten en prospects is zowel branche- als CRM kennis nodig. Ik zie hierin in de nabije toekomst een belangrijke rol voor CRM implementatie partijen weggelegd.

Hoe onderhoud je een relatie?

De afkorting CRM staat voor Customer Relationship Management, ofwel in het Hollands: klantrelatiebeheer. De term impliceert dat organisaties die aan de gang willen met CRM minimaal twee vragen moeten kunnen beantwoorden: “wie zijn mijn klanten?” en “hoe onderhoud je een relatie?”. Voor bijvoorbeeld een winkel of een fabriek is de eerste vraag, wie zijn mijn relaties, misschien nog redelijk makkelijk te beantwoorden. Zij die je product kopen zijn je klanten. Maar als je doorvraagt en bijvoorbeeld zegt: “zijn prospects dan ook klanten?”, blijkt er toch ook hier sprake van vele grijstinten tussen het straffe zwart-wit van de zekerheid.

relationshipmanagement

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tweede vraag: “hoe onderhoud je een relatie?’ is nog een stuk moeilijker te beantwoorden. Als ik een spreekbeurt over het thema CRM mag geven, stel ik deze vraag vaak aan mijn toehoorders. Ik moedig de zaal aan om voorbeelden te geven van het onderhouden van een relatie. En na enige flauwe grappen over privérelaties die er onder gehouden moeten worden, is er dan altijd wel iemand die roept: “door ze regelmatig te bellen”. Dat schrijf ik dan op, want het klopt. Regelmatig bellen is een mogelijke manier om een relatie te onderhouden.  “Door ze een kaartje te sturen als ze jarig zijn”. Ook dat schrijf ik dan op, want het klopt ook, al wordt het bedrijven van CRM naar mijn smaak maar al te vaak geassocieerd met het sturen van verjaardags- en Kerstkaarten alleen. “Door met je klanten te praten over hun interesses en hobby’s”, roept er dan iemand.  “Gerichte prietpraat”, schrijf ik dan op.  “Door alle adressen regelmatig te controleren”… “Door gegevens van de klant te verrijken”. De suggesties voor het succesvol onderhouden van relaties worden nu in hoge snelheid op mij afgevuurd. En na enige tijd laat ook de strategische denker altijd wel van zich horen. “Een win-win situatie creëren”, klinkt het dan. Ook dat schrijf ik op, en zo ga ik door tot mijn hele flip-over-flap (of hoe heet zo’n ding?) vol is.

En dan stel ik mijn derde vraag: “Waarom roept niemand: door te luisteren naar de klant?”. Want is het niet zo dat juist door te luisteren naar de klant je kunt horen hoe hij wil dat de relatie onderhouden wordt, ofwel hoe hij bediend wil worden? Is het niet zo dat juist door te luisteren naar de wensen van de klant je je productaanbod en distributiekanalen daarop af kunt stemmen? Als je in staat bent de wensen van de relaties te koppelen aan profielkenmerken van diezelfde relaties (ofwel de bedieningswens kunt koppelen aan een arche-type), dan pas kun je zeggen dat je bezig bent CRM te bedrijven.

Good Governance kan niet zonder CRM

Publieke en semi-publieke organisaties besteden belastinggeld. Het is dus logisch dat politiek en maatschappij aan hen vragen verantwoording af te leggen over de bestedingen en over de wijze waarop deze instellingen bestuurd worden. Deze verantwoording dient echter niet alleen aan de politiek en aan de burgers afgelegd te worden (bijvoorbeeld door middel van publicatie in een jaarverslag), maar vooral ook aan peers (zoals gebruikelijk bij accreditaties en benchmarks) en stakeholders.

Zo leiden beroepsonderwijsinstellingen op voor het werkveld en het is dus eigenlijk logisch dat zij ook aan dit werkveld verantwoording dienen af te leggen aangaande hun activiteiten. De studenten en de minister van onderwijs zijn echt niet de enige belanghebbenden. Het zelfde geldt voor bijvoorbeeld woningcorporaties. Die hebben niet alleen te maken met bewoners, maar ook met financiers, toeleveranciers, gemeenten, etc.  Sinds enkele jaren is het een goed gebruik dat branche-organisaties zogenaamde governance codes opstellen, waarin niet alleen gedefinieerd is wat er verstaan wordt onder ‘behoorlijk bestuur’ van instellingen in de betreffende sector, maar waarin ook wordt gedefinieerd hoe de verantwoording aan de stakeholders er uit zou moeten zien.

In de praktijk blijkt de af te leggen verantwoording aan de diverse stakeholders doorgaans erg lastig, omdat de individuele instellingen lang niet altijd in staat blijken te zijn om de diverse stakeholders en hun belangen te benoemen. Feitelijk concentreert het relatiebeheer van de instellingen zich over het algemeen veel te veel op de primaire doelgroepen als klanten en prospects (studenten en belangstellenden in het onderwijs en bewoners en woningzoekenden bij woningcorporaties) en niet op de strategische relaties met externe belanghebbenden. Vaak weet men de stakeholders niet eens te benoemen, laat staan dat men precies in kaart heeft wat hun wensen en verwachtingen zijn.

De inzet van een CRM systeem voor het strategisch relatiemanagement kan hierbij uitkomst bieden.  In een dergelijk systeem kan immers geregistreerd worden wie de stakeholders zijn en wat hun belangen zijn. Er kan gestructureerd worden bijgehouden wat er met hen is afgesproken ten aanzien van het behalen van strategische- en/of samenwerkingsdoelen en op welke wijze er verantwoording moet worden afgelegd. Op operationeel niveau kan middels het CRM systeem vervolgens gemonitord worden of de verantwoording inderdaad heeft plaatsgevonden.

Het is mijn stellige overtuiging dat zonder de inzet van een CRM systeem het voldoen aan de richtlijnen zoals benoemd in de diverse governance codes voor semi-publieke instellingen een goed bedoelde utopie blijft.